Deel 2 Fundamentele beginselen
2.1 De Registercontroller neemt de volgende fundamentele beginselen in acht:
a. Integriteit;
b. Objectiviteit;
c. Deskundigheid en zorgvuldigheid;
d. Geheimhouding;
e. Professioneel gedrag.
2.2 Het beginsel van integriteit impliceert dat de Registercontroller in al zijn interacties eerlijk moet zijn. Daarom is de Registercontroller verplicht om te allen tijde oprecht te zijn en naar eer en geweten de waarheid te spreken opdat Belanghebbenden niet worden bedrogen. Een belangrijk aspect van integriteit is dat de Registercontroller niet geassocieerd zal worden met rapportages, aangiften, communicatie of andere informatie, als hij van mening is dat deze:
a. onjuist of misleidend is;
b. geen deugdelijke grondslag heeft; of
c. incompleet is of bepaalde zaken verhult waar dit misleidend is.
2.3 Het beginsel van objectiviteit impliceert dat de Registercontroller zijn oordeel niet laat beïnvloeden door vooroordelen, belangenverstrengeling of ongepaste beïnvloeding door derden. Een belangrijk aspect van objectiviteit is dat de Registercontroller alle relaties mijdt die zijn onafhankelijke en professionele oordeel op ongewenste wijze zouden kunnen beïnvloeden.
2.4 Het beginsel van deskundigheid en zorgvuldigheid impliceert dat de Registercontroller de plicht heeft om te allen tijde gedegen en in overeenstemming met vaktechnische en professionele standaarden te werk te gaan. Dit beginsel omvat drie aspecten:
a. het verwerven van deskundigheid via een erkende Postacademische Controllersopleiding;
b. het onderhouden van deskundigheid wat voortdurende aandacht voor en begrip van relevante ontwikkelingen vereist, waardoor de Registercontroller zijn competenties blijft ontwikkelen om adequate professionele diensten te kunnen verlenen; en
c. het betrachten van de nodige zorgvuldigheid bij het uitvoeren van opdrachten of andere taken door voorzichtig, gedegen en tijdig te werk te gaan.
2.4.1 De Registercontroller dient altijd te voldoen aan de eisen van Permanente Educatie van de VRC.
2.4.2 De Registercontroller treft maatregelen die ervoor zorgen dat het werk van diegenen die onder zijn verantwoordelijkheid werken, voldoet aan alle relevante kwaliteitseisen.
2.4.3 Als daartoe aanleiding bestaat maakt de Registercontroller zijn Werkgever attent op de beperkingen die inherent zijn aan zijn diensten, om te voorkomen dat een door hem gegeven oordeel wordt geïnterpreteerd als een feit.
2.5 Het beginsel van geheimhouding impliceert dat de Registercontroller vertrouwelijke informatie die hij heeft verkregen niet aan derden verstrekt noch zal gebruiken om zichzelf te bevoordelen tenzij hij daartoe expliciet is gemachtigd of tenzij er wettelijke of professionele rechten of plichten zijn om dit te doen.
2.5.1 Onder de volgende omstandigheden is of kan het verplicht of gepast zijn dat de Registercontroller vertrouwelijke informatie aan derden verstrekt:
a. informatieverstrekking is bij wet toegestaan en de Werkgever of een andere Belanghebbende heeft daartoe toestemming gegeven;
b. informatieverstrekking is bij wet vereist;
c. er zijn professionele rechten of plichten om informatie aan derden te verstrekken en dit is niet bij wet verboden.
2.5.2 De Registercontroller moet te allen tijde geheimhouding betrachten. Hij moet erop bedacht te zijn dat zeker bij langdurige omgang met zakenpartners, bekenden of familieleden altijd het risico bestaat dat hij onopzettelijk handelt in strijd met zijn geheimhoudingsplicht. Hij moet ook geheimhouding betrachten met betrekking tot informatie die hem ter beschikking is gesteld door een potentiële Werkgever, en selectief zijn bij het verspreiden van mogelijk vertrouwelijke informatie binnen zijn Werkgever. Bovendien dient hij alle noodzakelijke maatregelen te treffen om ervoor te zorgen dat diegenen die onder zijn verantwoordelijkheid werken en anderen die hij om advies of assistentie vraagt zijn geheimhoudingsplicht respecteren.
2.5.3 De plicht tot zorgvuldig omgaan met vertrouwelijke informatie blijft bestaan, ook na beëindiging van de formele relaties tussen de Registercontroller en de Werkgever of andere Belanghebbenden. Het is de Registercontroller die van Werkgever verandert, toegestaan gebruik te maken van verworven kennis en opgedane ervaring. De vertrouwelijke informatie die de Registercontroller ten gevolge van zijn relatie met eerdere Werkgevers heeft verkregen, mag hij echter niet gebruiken of aan derden verstrekken.
2.5.4 Bij het beslissen om vertrouwelijke informatie al dan niet aan derden te verstrekken, dient de Registercontroller de volgende overwegingen te maken:
a. of de belangen van een bepaalde Belanghebbende geschaad zouden kunnen worden indien de Werkgever of andere Belanghebbenden de Registercontroller toestemming geven bepaalde informatie bekend te maken;
b. of alle relevante informatie bekend en onderbouwd is; als het gaat om het verstrekken van niet onderbouwde informatie, onvolledige informatie of ongefundeerde conclusies, is oordeelsvorming noodzakelijk om de wenselijkheid en de wijze van informatieverstrekking te bepalen; en
c. welke wijze van communicatie wordt verwacht en aan wie deze is gericht; in het bijzonder overtuigt de Registercontroller zich ervan dat partijen met wie wordt gecommuniceerd terecht als Belanghebbenden kunnen worden beschouwd.
2.6 Het beginsel van professioneel gedrag houdt in dat de Registercontroller de voor hem relevante wet- en regelgeving naleeft en zich onthoudt van elk handelen, dat het beroep in diskrediet brengt. Daaronder vallen handelingen, die door een redelijke en goed geïnformeerde derde, die over alle relevante informatie beschikt, zullen worden opgevat als schadelijk voor de goede naam van het controllerberoep. Het is van belang dat de Registercontroller zich ervan bewust is dat, wanneer hij een oordeel vormt over welke gevolgen een bepaald gedrag voor de goede naam van het controllerberoep heeft, hij de culturele verschillen tussen landen in overweging neemt.
