Vastgesteld door het Quality Assurance Committee van de Vereniging van Registercontrollers krachtens artikel 12 lid 3 van de Statuten van de Vereniging van Registercontrollers.
Toelatingseisen EXECUTIVE MASTER IN FINANCE AND CONTROL (EMFC) OPLEIDINGEN
De in de navolgende regeling opgenomen bepalingen zijn minimumbepalingen; opleidingen zijn bevoegd op onderdelen hogere, c.q. aanvullende eisen te stellen.
1. UNIVERSITAIRE VOOROPLEIDINGEN
1.1. Het universitaire diploma
De algemene eis voor toelating tot een door de Vereniging van Registercontrollers erkende EMFC-opleiding is het bezit van een doctoraal diploma of een Master of Science diploma van een Nederlandse universiteit of een daarmee vergelijkbaar diploma van een buitenlandse universiteit.
1.2. Het universitaire programma
Als aanvullende eis geldt dat in de vooropleiding een negental bedrijfseco¬nomische en juridische vakken moet zijn opgenomen waarbij met betrekking tot de zwaarte van de eindtermen voor elk van die vakken specifieke eisen gelden. De bedoelde negen vakken zijn: management accounting; financial accounting; financie¬ring; bestuurlijke informatieverzorging / administratieve organi¬satie; boekhouden; management en organisatie; marketing; belastingrecht; ondernemingsrecht. Indien een kandidaat één of meer van de hiervoor genoemde negen vakken niet in zijn/haar vooropleiding heeft opgenomen c.q. één of meer van deze vakken op een te laag niveau heeft gevolgd, heeft deze kandidaat voor elk vak waarvoor het vorenstaande geldt een deficiëntie in zijn/haar vooropleiding.
Het wegwerken van deficiënties kan geschieden door:
a. het alsnog volgen van het betreffende vak (de betreffende vakken) op het vereiste ni-veau en daarin tentamen afleggen bij één van de Nederlandse universiteiten, incl de Open Universiteit.
b. het deelnemen aan en het afleggen van een tentamen bij het deficiëntie¬programma dat EMFC-opleidingen voor hun eigen deelnemers organiseren. Het is aanvaardbaar dat in een deficiëntieprogramma geen colleges of werkbijeenkomsten worden georganiseerd en kandidaten uitsluitend door zelfstudie hun onvoldoende kennis op niveau moeten brengen. Ook in dergelijke gevallen zal echter steeds door middel van een tentamen moeten worden getoetst of het voorgeschreven kennisniveau is bereikt.
1.3. Het niveau van de universitaire vakken
Voor toelating tot een EMFC-opleiding dienen de kandidaten als volgt voorbereid te zijn.
Op elk van de volgende vier vakgebieden dienen één of meer vakken te zijn gevolgd en met een voldoende te zijn afgerond met een zwaarte van ten minste 8 ECTS (6 ‘oude’ studiepunten) per vakgebied:
- Management Accounting,
- Financial Accounting,
- Financiering,
- Informatiekunde / Informatiesystemen / Administratieve Organisatie / Internal Control.
Voor HBO-studenten die zijn doorgestroomd naar een universitair master programma geldt dat van de 8 ECTS op elk van deze 4 vakgebieden ten minste 4 ECTS gevolgd en met een voldoende afgerond moeten zijn in het universitaire doorstroomprogramma (pre-master en/of master).
Op elk van de volgende vier vakgebieden dienen één of meer vakken te zijn gevolgd en met een voldoende te zijn afgerond met een zwaarte van ten minste 4 ECTS per vakgebied:
- Bedrijfsrecht,
- Belastingrecht,
- Marketing,
- Organisatiekunde / Management & Organisatie / Strategie & Organisatie.
Voor het vakgebied Boekhouden dienen één of meer vakken met een zwaarte van ten minste 6 ECTS gevolgd en met een voldoende te zijn afgerond.
Waar een deficiëntie bestaat, dient de kennis te worden getoetst via een tentamen dat dan ook behaald moet worden, behalve voor de vakken Marketing en Organisatiekunde (Management & Organisatie, Strategie & Organisatie) waar volstaan kan worden met een studieadvies zonder tentamenverplichting. Voor EMFC-opleidingen met een ‘internationaal curriculum’ is het gewenst – ten minste voor buitenlandse deelnemers – de deficiëntie Bedrijfsrecht en Belastingrecht op een eigen wijze in te vullen en te toetsen.
Bovenstaande geldt voor alle kandidaten, ook voor de kandidaten die vallen onder de niet-universitaire vooropleidingen, zoals besproken in paragraaf 2. Niet alle bijzondere gevallen zijn van tevoren te voorzien. De toepassing van bovenstaande in bijzondere gevallen is daarom aan de directie van de opleiding. Deze dient een en ander te documenteren en te registreren. Zeker in bijzondere gevallen of grensgevallen waar bovenstaande regels moeten worden geïnterpreteerd dient de gekozen handelwijze gedocumenteerd en gemotiveerd te kunnen worden.
2. NIET-UNIVERSITAIRE VOOROPLEIDINGEN
2.1. Hogere Beroepsopleidingen
Afgestudeerden van Hogere Beroepsopleidingen hebben geen directe toegang tot de EMFC-opleiding. Indien zij deze opleiding toch willen volgen dienen zij eerst een doctoraal/MSc diploma te behalen en de daarna eventueel nog aanwezige deficiënties weg te werken.
2.2. HBO-plus Opleidingen
Op de onder 2.1. opgenomen bepaling mag één uitzondering worden gemaakt. Deze betreft kandidaten in het bezit van een HBO diploma en een diploma van een daarop aansluitende relevante vervolgopleiding van voldoende niveau in de domeinen bedrijfseconomie of bedrijfskunde, waarvan (a) is gebleken dat zij zeer getalenteerd zijn; (b) die een carrièreper-spectief hebben dat ten minste gelijk is aan dat van hun Universitair afgestudeerde collega's.
Deze kandidaten kunnen worden toegelaten indien:
- de vervolgopleiding aansluitend op het HBO-diploma heeft geleid tot het behalen van een post-HBO diploma (Hofam, een professional master of een diploma van een opleiding van vergelijkbaar niveau en zwaarte).
- de deficiënties zijn weggewerkt die na het behalen van het post-HBO resteren. Even-tuele deficiënties worden bepaald volgens de onder 1.2 en 1.3 opgenomen bepalingen. Voor het wegwerken daarvan gelden de daar opgenomen bepalingen.
Voorts geldt als algemene beperking dat per EMFC-opleiding per jaarlaag ten hoogste 10% van de deelnemers mag bestaan uit post-HBO-abituri‘nten.
2.3. RA's zonder doctoraal/MSc diploma
Toegang tot de EMFC-opleiding wordt ook verleend aan kandida¬ten die in het bezit zijn van het accountantsdiploma (RA), doch geen doctoraal/MSc diploma hebben verkregen. Eventuele deficiënties worden bepaald volgens de onder 1.2 en 1.3 opgenomen bepalingen. Voor het wegwerken daarvan gelden de daar opgenomen bepalingen.
3. EISEN T.A.V. PRAKTIJKERVARING
3.1. Om te worden toegelaten tot een EMFC-opleiding moet een kandidaat niet alleen beschikken over de vereiste vooropleiding, maar moet bovendien vast staan dat de betrokkene werkzaam is - en naar verwachting ten minste tijdens de duur van de opleiding ook werkzaam zal blijven - in een finan¬cieel-administratieve functie, dan wel op dit terrein als consultant zal functioneren zodat de aanwezigheid van een ervaringspotentieel bij de deelnemers, gedurende de opleiding ge-waarborgd blijft.
3.2. Sterke voorkeur gaat uit naar kandidaten die bij het begin van de opleiding al een flinke werkervaring hebben. Te denken valt hierbij aan een periode van twee jaar. Sommige werkgevers achten het strikt vasthouden aan de eis van een ervaringspe¬riode van twee jaar echter bezwaarlijk omdat dan de inzetbaarheid van betrokke¬nen in het buitenland en/of in functies waar een afwezigheid van één dag per week niet meer aanvaardbaar is, te lang op zich laat wachten. In gevallen waar deze omstandigheden zich voordoen behoeft aan de eis van een werkervaring van twee jaar niet strikt de hand te worden gehouden. Voorts geldt als algemene beperking dat per EMFC-opleiding per jaarlaag ten hoogste 10% van de deelnemers bij aan-vang van de opleiding minder dan 2 jaar werkervaring mag hebben.
4. KRITIEKE TERMIJNEN
4.1. Bij de aanvang van de opleiding
Uiterlijk bij de aanvang van de opleiding dient aan alle verplichtingen uit hoofde van het docto-raal / MSc diploma (c.q. het post-HBO- of RA-diploma) te zijn voldaan en dienen alle deficiënties te zijn weggewerkt. In bijzondere gevallen kan de genoemde deficiëntie eis een ernstig knelpunt vormen (bijvoorbeeld indien bij een overschrijding van enkele weken de toelating een vol jaar dient te worden verschoven). Daarom is bepaald dat toelating toch kan plaatsvin¬den als ten hoogste twee deficiënties nog niet zijn weggewerkt bij het begin van de opleiding (meestal zal het gaan om deficiënties waarvoor de kandidaat is gezakt). Daarnaast geldt dat in een dergelijk geval, voordat tentamen mag worden gedaan in een vak, een desbetreffend deficiëntietentamen moet zijn gehaald. Indien bijzondere omstandigheden dit rechtvaardigen kan voor ten hoogste zes maanden dispensatie worden gegeven van de bepaling dat bij het begin van de opleiding het doctoraal of MSc-diploma moet zijn behaald. Gezien de onder 3.2. vermelde eis van werkervaring, zal deze dispensatie slechts kunnen gelden voor kandidaten die al in een finan-cieel-administratieve functie werkzaam zijn en alsnog een doctoraal of MSc-studie hebben gevolgd. Voor het post-HBO- en RA-diploma geldt dezelfde regeling als voor het doctoraal diplo-ma.
4.2. Ten aanzien van de vooropleiding
Een doctoraal/MSc-, RA-, of post-hbo-diploma verliest door het verstrijken van de tijd niet zijn geldigheid als toelatingsdocument voor een EMFC-oplei¬ding. Indien echter, bij de aanvang van de EMFC-opleiding een diploma van de genoemde categorieën ouder is dan 10 jaar ontstaat automatisch een deficiëntie voor de vakken management accounting, financial accounting, be-stuur¬lijk informatieverzorging / administratieve organisatie, ondernemingsrecht en belasting-recht. Deze deficiënties kunnen afhankelijk van de aard van de door de kandidaat verrichte werkzaamheden en de eventueel gevolgde opleidingen of cursussen in de afgelopen jaren wor-den omgezet in een studieadvies zonder tentamenverplichting.
Aldus vastgesteld in de vergadering van de Quality Assurance Committe d.d. 9 juni 2009 en goedgekeurd door het bestuur van de Vereniging van Registercontrollers in haar vergadering van 25 augustus 2009.
